27 augustus 2014,
Eindelijk zit ik weer eens achter mijn computer om wat in mijn dagboek te schrijven. Niet omdat ik er op dat moment nu zo’n onbeschrijvelijke zin in had maar omdat ik het gevoel had er niet meer onderuit te komen. De laatste tijd (weken, maanden?) had ik het idee verloren te zijn. Verloren in mijn leven en mijn gevoelens. Ik vroeg me af wat ik hier doe in Duitsland, in München en waar mijn vorige leven zich ineens bevind. Bedacht me dat ik die nog uitsluitend kon terug vinden in mijn armzalige dagboeken. (Maar dit was niet direct de rede dat ik het schrijven weer heb opgevat.)
Mijn pijnlijke (nog steeds) geschiedenis met Marleen waar was die ineens naar toe; waar bevond zich die? Als ik er niet meer aan dacht was deze dan weg? En dan wat voel ik als ik niet weet waar ik ben. Ik had de indruk dat ik de draad van mijn leven ook het vorige weer op moest vatten en het een plaats in het huidige moest geven om te weten wie ik was, waar ik was en wat ik voelde.
Dingen uitspreken in mijn hoofd en ze voor me zien op het scherm of op papier, zou dat een oplossing kunnen zijn voor de steeds groeiende onduidelijkheid in mijn bestaan. (God nog steeds niet gevonden natuurlijk)
Nee, dan liever mijn dagboek en mijn gedachten vergaren als overkoepelend orgaan mij aangaande.
B. is met haar moeder en haar zus een paar dagen naar de Oostenrijkse bergen om daar zich suf te wandern, ieder zijn ding..
Elke keer als ze weggaat, al is het maar voor de nacht of de dag ben ik in eerste instantie blij me weer met mezelf alleen te vinden maar meestal heb ik een halve of zelfs hele dag nodig om er aan te wennen en tot iets te komen. Opeens lijk ik in haar afwezigheid niet meer te weten wat ik allemaal wilde doen en voel me weer alleen.
Nu is ze sinds zondag weg en het is nu inmiddels woensdag en helemaal heb ik mijn draai nog niet gevonden. Het is slecht weer al sinds enkele dagen of eigenlijk sinds Frankrijk is het hier niet meer echt mooi geweest. Een slechte zomer waarschijnlijk.
Ik wacht op een antwoord van de sociale dienst hier dat ze me eindelijk eens wat gaan betalen. Bovendien heb ik het weer op me genomen om een soort cursus te doen die me dan mogelijkheden op banen geeft, gegarandeerd zelfs. De sociale dienst zou de kosten hiervan dan over moeten nemen maar helaas heb ik nog geen definitief antwoord.
B. heeft een uitnodiging op een sollicitatiegesprek gekregen dus dat ziet er positief uit voor haar. Voor een goedbetaalde halftime job. Vrijdag.
Het is bijna elf uur. Het begint weer wat harder te regenen.
Mijn eventuele plannen om op de fiets naar het centrum te gaan lijken weer in het water te vallen..
Heb onlangs een logootje gemaakt voor ons design/ideeën bureau. Ben nog niet helemaal overtuigd maar we zijn er serieus mee bezig en samen zijn we ook begonnen met de website en facebook accounts en dergelijke.
Hopelijk kan ik met ons bedrijfje iets in mijn leven fundamenteel veranderen, doorbreken van iets. Verantwoordelijkheid over mijn eigen leven, misschien kan B. me een beetje helpen en ik dan haar natuurlijk ook. Ik ben als de dood, besef ik me, om iets voor mezelf te beginnen. Ik doe het als diletante maar er echt voor gaan kost me toch nog moeite. Ergens geloof ik dat ik mezelf niet vertrouw, dat ik het niet zou kunnen. Uiteindelijk toch niet zo zeker van mezelf. Alles lijkt maar een pose. Een pose, maar voor wie, voor welke anderen en voor mezelf zodat ik mezelf zou kunnen accepteren? Dat ik mezelf zou kunnen waarderen. No self loathing..? I’m scared stiff maar ik ga verder, ik moet het proberen, eindelijk.
Beetje bij beetje zie ik mijn leven weer. Al schrijvende komt het weer terug mijn heen en weer reizen naar Normandië, naar Nederland en mijn laatste jaren zonder Marleen en nu met B. Ook voor haar probeer ik sterk te zijn en dingen te realiseren alleen en met haar.
Het belangrijkste blijft echter zelf verder te komen in mij, mijn persoon en in het leven dat ik leid en leiden wil (dus niet meer; lijden en lijden wil) en hopelijk dan kan. Ineens wil ik die ondernemende geest zijn en eruit persen wat mijn capaciteiten mij al die tijd leken te beloven. Niet wachten maar er zelf naar toe gaan. Het lot sturen als ik dat kan. (forcer le destin)
Nemen en niet meer wachten tot iemand me iets geeft. Ik weet het lijkt wat ironisch als ik op dit moment wacht op een uitkering die me wel of niet wordt toegekend maar alles heeft met de houding te maken waarmee ik de aanvraag maak. Kijken wat de mogelijkheden zijn die je aangeboden worden en daarmee keuzes maken die je verder helpen of als een klein jongetje vragen of je misschien iets mag hebben. Langzaam maar zeker denk ik dat mijn focus verschuift.
Ik was ook op zo’n dood spoor al sinds enige tijd, er zat niet veel anders op als verandering of anders stilletjes doodgaan. In een hoekje in Normandië, daar waar Marleen en alle anderen me uiteindelijk hadden achtergelaten.
Nee, ik heb nog wat spunk left in me, en dat laatste beetje heb ik aangewend om deze onmogelijke stap toch te maken, naar München waar een altijd afwezige vader van me woont, Duitsers en B. Om me te onttrekken aan het onvermijdelijke en nog een keer het licht te zoeken terwijl ik me op mijn uiterste laagst voelde. Natuurlijk begrijp ik nog steeds niet echt hoe ik met B. zoveel moois gevonden heb tegen dit onvermijdelijke onwaarschijnlijke in en ondanks dat ik er niet klaar voor was. Maar tevens schreeuwde ik erom, schreeuw ik erom maar kan ik het niet echt aan. Ik ben bang ook en kan niet geven wat in principe nog niet vrij is gegeven, wat ik tot voor kort dacht dat er überhaupt niet meer was. Die liefde, oprechtheid van gevoelens en die behoefte aan poëzie en romantic love, ik kan er nog niet aan geloven in mezelf. Misschien is het er nog maar echt zeker ben ik er ook niet van.
Geven en nemen wat we kunnen geven en nemen, accepteren wat er is zonder zich te veel af te vragen en zonder zich te veel in een eventuele gezamenlijke toekomst te projecteren. Cynisch? Ik hoop het niet maar dat is wat me momenteel het oprechtst lijkt.
Ook bang voor het moment waarop ze me verlaten zal. Ze is zoveel jonger dan ik en het lijkt me een bijna zekerheid dat ze weg zal gaan op een moment en ik moet me dan handhaven en niet weer in een diepe donkere put waar ik niet meer uit kom want dat kan ik me niet nog een keer permitteren dat weet ik. Ik moet blijven staan. Kracht hebben om verder te gaan.
Nu denk ik dat te kunnen maar hoe lang nog? Ik denk te moeten oppassen, zelfbehoud. Voorlopig moet het zo maar verder gaan.. ik weet het niet, domweg genieten van de dingen voorlopig.