
Ineens leek het me allemaal zo duidelijk. Mijn vrouwenquest !
Of ik zocht een moeilijk te doorgronden, afstandelijke en ook enigmatische vrouw, in zichzelf gekeerd, blond en heldere ogen. Of ik ben op zoek naar die warme andere vrouw, emotioneel en open. Bruine ogen zoals mijn grootmoeder of de moeder van Caroline en Freek (Marianne?). Of andere oudere nichtjes die zich met mij bezighielden of zich over mij ontfermden.
De eerste vrouw, mijn moeder zullen we maar zeggen, heb ik nodig om bestaan te kunnen. Een moeilijke niet mogelijke relatie die te gelijker tijd de enige ware lijkt. (stijl Marleen). De tweede vrouw als alle andere vrouwen die me opgevangen hebben en zich in me geïnteresseerd hebben. Een opvang, een vervanging, vrouwen die me liefde gegeven hebben zodat ik leven kon maar die nooit de echte, ware zijn kunnen.
De eerste gecompliceerd, onmogelijk en onbegrepen. De tweede simpeler maar mogelijk en begrijpelijk. Die eerste vrouw die ik nodig heb om de indruk te hebben dat het deel uit maakt van mijn diepere leven en mijn leven is en het zin geeft.
De tweede vrouw heb ik nodig voor alles wat ik in me voel en met me meedraag, de emotionele persoon die ik ben. Ik kan niet zonder haar maar met haar heb ik ook het gevoel dat ik in de wachtkamer zit en wacht tot de “ware” eindelijk komt opdagen. Maar de “echte” is altijd de niet aanwezige de absente en de “andere” die mijn leven dagelijks vult en aanwezig is voor mij laat me incompleet en onvervuld.
Via Marleen heb ik (tot in het uiterste) geprobeerd de eerste vrouw alsof het mijn moeder was te helpen (met zichzelf in het reine te komen), een soort van redemption for my mother en daarmee waarschijnlijk iets in mij op te lossen. Alsof ik via Marleen mijn moeder heelde, haar gelukkig maakte en tevens behandelde als een patient die niet gezond was. In de hoop (zekerheid?) dat er achter deze afstand en in zichzelf gekeerd zijn toch warmte en liefde bevond. (En dan in het beste geval ook voor mij.)
Dat werd voor mij natuurlijk essentieel, dat was hoop die ik niet op kon geven (sopena de morir, claro).
Betekent het dat ik nooit gelukkig kan zijn met een vrouw, dat ik altijd in limbo blijf tussen deze twee vrouwen. Misschien kan ik er nog wat aan doen met een duidelijker bewustzijn of misschien moet ik nog maar wat meer sessies voorzien met een analist of een therapeut.
(Of misschien moet ik mijn eigenlijke moeder die er inmiddels ook lijfelijk niet meer is als de afwezige accepteren en dan heb ik misschien die eerste vrouw niet meer nodig dan is die quest eindelijk voorbij.)
Nu met B. hoe zit dat?
Ze is niet donker maar zit op een gevoelssfeer die ondanks haar heldere ogen met mijn emotionele persoon overeen komt. De eerste en tweede vrouw ineen, kan dat zijn? Is iedereen en alles dan een mix van alles en is er dan hoop, of liever zijn er dan werkelijke mogelijkheden met haar?
Soms ben ik bang dat ik mensen, mijn liefdes, op mijn niveau begin te zien en niet meer op een voetstuk ( zoals bij de eerste vrouw) ik deze niet meer als de ware te kunnen waarderen. Like the joke by Woody Allen, in Annie Hall; I wouldn´t want to be invited to a party where they‘d have people like me as a guest.
Voetstuk, onbereikbaar en ergens anders dus..!
I could still like her but it would be impossible to consider her the real one. At the same time I am always looking for that closeness that spoils it all, desparately.
Hard work om te zorgen dat het nu anders gaat met B. Ben niet zeker of ik het kan. En nog steeds vind ik andere vrouwen aantrekkelijk en ik weet niet in hoeverre het een met het andere te maken heeft.